Motor

Let op de volgende punten.

Controleer het aandrijfasje van de brandstofpomp op speling en laat het lager en de centreermoer zo nodig vervangen,raadpleeg het werkplaatshandboek.
Is de koeling en de koelribben schoon?
Ververs de olie van de regulateur aan de inspuitpomp.

Tap het olieschraapfilter eens af en controleer wat er uitkomt
Controleer de gepantserde brandstofslangen op breuk en/of verdroging.
Is de retourbrandstofslang niet verdroogd?
Zijn de leidingen goed gebeugeld?
Ververs de olie het liefst na een lange rit, dan zweven de vuildeeltjes. Reinig natuurlijk ook het olieschraapfilter.
Vergeet niet ook de olie van de regulateur eens te vervangen .(met een oud fietspompje er uitzuigen.)
Vervang om de 2 jaar de remvloeistof.
Doorsmeren met het voertuig uit de veren.
Luchtketel(s) aftappen.
Vorst beveiliger vullen met ``Wabcotyl`` en niet met spiritus of antivries
Laad de accu regelmatig op (een lege accu zal stuk vriezen)
Aanslag op de accu kan men verwijderen met water .
Gemorst accuzuur kan geneutraliseerd worden met sodawater.
Ververs ook de olie van de compressor.
Controleer ook eens de olie van de versnellingbak, de tussenbak, voor- en achteras en de lier.
Reinig het glaasje voor de opvoerpomp en controleer de inhoud.
Als de kopbouten verwijderd zijn, vergeet dan niet voor het monteren de tapgaten schoon te maken.
Raadpleeg eerst het werkplaatshandboek alvorens koppen en /of cilinders te demonteren.
Controleer of de inspuitleidingen elkaar niet raken, ze kunnen dan doorslijten.
Een niet goed werkende gloei/startschakelaar kan tot gevolg hebben dat de starter spontaan aanspringt tijdens het rijden met als gevolg grote schade aan de startmotor en /of een verbrande serieparallelschakelaar.
Aan de binnenzijde van het klepdeksel kan men een olie bestendige antiroest coating aanbrengen, dit vergemakkelijkt het schoonmaken.
Als toevallig de versnellingsbak gedemonteerd is, demonteer dan ook het vliegwiel om de boutjes van het achterdeksel vast te zetten, en /of een nieuwe pakking en oliekeer-ring te plaatsen.
Laat ook het druklagerhouder modificeren zodat het beter te smeren is.

Lucht filtering.
Het originele luchtfilter stelt niet veel voor,het laat veel stof door wat nog al wat schade geeft aan de zuiger , cilinderwand,klepstelen en klepgeleiders en dan wat zich op een later tijdstip aandient.
Een oliebad filter met een doorlaat van 70 mm geeft een goed resultaat ,een droog filterelement met cycloonwerking geeft het beste resultaat,de doorlaat moet dan 70 mm zijn voor een optimale cycloonwerking. (F.N.)
Het onderhoud van de brandstofpomp wordt beschreven in het boekje No 1 ,"Rijks brandweer materiaal" het is verkrijgbaar in de clubwinkel. Hierin staat ook de procedure van het ontluchten op blz. 13,14 en 41.
Met inspuitleidingen moet men zorgvuldig omgaan,een stofje kan al schade en of haperingen veroorzaken aan de verstuivers.
Blaas met perslucht de inspuitleidingen eerst door alvorens te monteren.
Dek alle open nippels af of plak ze dicht met een plakbandje.
Noodreparatie nippels voor de inspuitleidingen zijn verkrijgbaar bij een Bosch dienst 1x M12 en 1x M14 per leiding.
Het originele onderhoud en smeerschema is nu (2009) uit de tijd en kan met de huidige kwaliteit van de oliesoorten op veel langere verversing beurten vallen. bv voor de motor op 10 000 km of 1 x per jaar.
Doorsmeren is erg belangrijk vooral zwaar belaste punten zoals stuurinrichting en de aandrijflijn.

Nogmaals de luchtfiltering;
Gebrekkige filtering kan het motor vermogen verminderen,het brandstof gebruik verhogen,de levensduur van de motor aanmerkelijk bekorten, door verhoogde slijtage.
Daarom is het wenselijk het verouderde filtersysteem van luchtfiltering te vervangen door een moderne en betere uitvoering.
Men kan kiezen uit ;een droog filter,een oliebad filter,een papierfilter en een cycloonfilter.
De twee beste uitvoeringen zijn, een oliebad filter of een papier filter ,ze kunnen beide uitgerust zijn met een cycloon voorfilter.
De cycloon zorgt ervoor dat de zwaarste delen er uit geslingerd worden .
Het oliebadfilter; houdt de meeste stofdeeltjes vast in de olie dmv een scherpe bocht in een oliebad, de aller lichtste deeltjes worden er uit gefilterd in een vettig staalwol element wat regelmatig uitgewassen moet worden in dieselolie of petroleum.
De olie wordt ververst al naar gelang de vervuiling,het kan meestal weer opnieuw gebruikt worden ,wel dient het bezinksel uit het reservoir gehaald te worden.
Het papier filter; Het is een nogal forse uitvoering ,in de trommel zit een papier filterelement in een stalen gaasomhulsel.
Het is speciaal ontwikkeld papier om de motor te beschermen tegen vuil en er zijn daarom ook eisen gesteld door de motorfabrikanten.
Door de speciale vouwmethode kan een zo groot mogelijk papieroppervlak in een kleine ruimte ondergebracht worden.
Met het juiste papier en de juiste vouw afstand is aan de belangrijkste voorwaarde voldaan om het inwendige van uw motor te beschermen tegen vuil.
Tussen filterhuis en inlaat spruitstuk is bij dit soort filters veelal een sensor gemonteerd die aangeeft wanneer de lucht doorlaat onvoldoende is en dus het filter vervangen moet worden.
Aan u de keus welk filter te monteren.
Een oliebad lucht filter is goedkoper in aanschaf en onderhoud, doch heeft niet de ideale filtering en het is nog al eens een geknoei met olie etc.. en het moet altijd verticaal (staand) gemonteerd worden.
Een papierluchtfilter is wat duurder in aanschaf,het element kan na vervuiling niet hergebruikt worden, dus moet telkens vervangen worden, dus wat onvoordeliger.
De filtering van de lucht is doelmatiger,p/m 90%.
Dit filter kan meestal op diverse plaatsen en posities gemonteerd worden.
Papier filters met ingebouwde cycloon moeten in een bepaalde positie opgesteld worden.

Stof in de praktijk;
Voorbeeld ; een dieselmotor van 180 Kw (250 PK) bij 50 km /u is nodig ca. 500m3 lucht, stof gehalte onder de motorkap ca.0,005 gr/m3.
Dus na 50km=500m3x 0,005=2.5 gram
Dus na 100km is dit 5 gram en na 10.000 km 500gram dit alles berekend onder normale omstandigheden.
Dus op droge stoffige wegen kan men het een keer verdubbelen.

Naar boven.

Klepstelschema

Klepstelschema Page 1 of 1


Stellen van kleppen!

Om het stellen van kleppen te vergemakkelijken heeft de technische commissie een schema gemaakt, waarbij men kan zien welke kleppen te stellen zijn!
Klik voor een beschrijving van het klepstelschema van een Deutz 3-6 cilinder lijnmotor op : klepstelschema 3-6 cil.pdf
Klik voor een beschrijving van de draairichting en cilinder volgorde voor luchtgekoelde Deutz lijn en V-motoren op:draairichtingDeutzlijnenV-motor
Klik voor een V-motor op: klepstelschema V Motor

Succes met het stellen!!

Naar boven.


Wist u dat...

..De motor eerst warm moet draaien alvorens weg te rijden, zeker als het koud is.
..Alvorens de motor stop te zetten na een rit, even stationair laten draaien,om te laten koelen.
..De brandstofpomp heeft een oliepeil en dient ook gecontroleerd te worden.
..De cilinders van de 514 motor genummerd zijn ,beginnend aan de vliegwielzijde, (distributie),dus achter.
..De compressor ook een oliecarter heeft en apart gevuld dient te worden.
..Ook dynamo lagers opnieuw ingevet dienen te worden.(verdroging)
..Op de meeste startmotoren een schroefje zit in de montageflens ,hier moeten wat druppeltjes olie in moet om de ritsel te smeren.
..Ook de olie aan van de regulateur aan de inspuitpomp ververst moet worden.

..Controleer de gepantserde brandstofslangen op breuk en/of verdroging.
..De inspuitleidingen beslist niet terug buigen,dit kan dan een haarscheur veroorzaken.

Kortom, blijf kijken welke tips er nog bij komen.

Naar boven.


Brandstofleidingen.

De brandstof inspuitleidingen hebben heel wat te verduren.
Bij elke inspuiting is er een druk in de leiding van p/m 130 atm. ,zo kunnen er trillingen ontstaan waardoor een leiding stuk kan gaan op het zwakste punt, dit is de plaats waar hij het sterkst vervormd/geperst is en dat is nabij een van de wartelmoeren.
Om dit euvel zoveel mogelijk te voorkomen, worden er wel eens leiding klemmen toegepast.
Met deze leidingklemmen,die rubber gevoerd zijn,worden twee leidingen aan elkaar gekoppeld, waardoor de trilling opgeheven wordt. Deze klemmen worden o.a. toegepast op Mercedes en Daf dieselmotoren. Ook is het belangrijk te zorgen dat inspuitleidingen elkaar niet raken,dit om te voorkomen dat er door onderlinge bewegingen slijtplekken ontstaan met als gevolg een lekkage.

Naar boven.


De oliekoeler van een Deutz F4 L514

Er komen regelmatig olielekkages voor aan oliekoelers in de F4l 514 Deutzmotoren. De oorzaak moeten we zoeken bij de koude motor. Hoe kunnen we schade aan de oliekoeler voorkomen? De bewegende delen in de motor worden gesmeerd door olie onder druk en spatsmering (die tevens ook voor de koeling bijdraagt). De oliedruk word bepaald door de weerstand in het systeem en dat wordt bepaald door de conditie van de motor, met name de glijlagers van de krukas, kruktappen en lagers van de nokkenas.
Slechte lagers hebben veel ruimte, dus veel lekkage, goede lagers daarentegen, met weinig ruimte en dus een betere afdichting, met weinig lekkage dus veel weerstand waardoor er een hogere oliedruk ontstaat.


Omdat de olie eerst nog enkele andere punten passeert, die ook de nodige weerstand geven, kan de oliedruk in de koeler oplopen naar wel 6 a 7 bar. In de oliekoeler bevindt zich ook nog een veerbelaste veiligheidsklep die open gaat als er teveel olie wordt aangevoerd en de koeler het niet kan verwerken. Dan is er een rechte doorstroming en loopt de olie niet door het koelelement, maar rechtstreeks naar het filter, dat dient dan als extra veiligheid voor de koeler.

Al lees je op de oliedrukmeter maar 4 bar af, in de oliekoer kan dus de druk oplopen naar 7 bar. Stijgt het torental nog, dan zal de opbrengst en druk tot een niet-acceptabele hoogte gaan en schade aan de olie koeler kunnen geven.
Om die reden zit er in de oliepomp nog een extra veiligheidsklep die open gaat met 10 bar, om deze eventuele schade te voorkomen.
Daarom is het bij een koude motor extra oppassen, want de koude olie is dik en dan kan de oliedruk makkelijk de 10 bar bereiken.
Om schade te voorkomen: gebruik een olie met een viscositeit van 15W40, als men 's winters rijdt is 10W40 aan te bevelen.
Ververs de olie minimaal om de twee jaar, ook al rijdt je niet veel; in een voertuig dat buiten slaapt, krijg je condensvorming in de motor, waardoor de olie vervuilt en daardoor minder goed vloeibaar is. Laat de motor eerst stationair wat opwarmen voordat je wegrijdt.

Verder nog veel storingsvrije kilometers.

Naar boven.


Wat doet zwavel in onze brandstof?

Op onze clubweekenden is meestal een technisch uurtje, hierin worden verschillende vragen gesteld welke niet altijd onmiddellijk door de Technische Commissie beantwoord kunnen worden, een goed en juist antwoord moet soms opgezocht worden.

Een van die vragen is; Wat doet zwavel in onze brandstof? Een stukje uitleg...!
Zwavel in mineralenolie.
De volgende onderwerpen komen aan bod:
- Over welke oliesoorten gaat het?
- Wat is zwavel?
- Wat zijn de gevolgen van zwavel in de brandstof?
- Conclusie
Het spijt me bij voorbaat dat het stukje hier en daar lastig te volgen is.

Oliesoorten.

- teer,


- dieselolie (brandstof voor onze vrachtwagens),
- petroleum / kerosine,
- benzine,
- en een hele hoop restproducten worden eveneens uit aardolie vervaardigd, zoals cosmetica (cosmetica), medicijnen, synthetische stoffen.

Wat is zwavel.

Zwavel in de brandstof en smeermiddelen.



Het kost te veel geld om alle zwavel uit de eindproducten te halen.
Het is mogelijk, maar duur.
Het is dus goedkoper om enige zwavel in de eindproducten te laten zitten.
De brandstof die we gebruiken voor onze dieselmotoren bestaan uit zogenaamde koolwaterstoffen: koolstofketens en daaraan waterstof atomen.
De Latijnse naam voor koolstof is carbon.
Vandaar dat koolstof in de scheikunde met de letter C wordt aangeduid.
Waterstof heet hydrogen en wordt met de letter H aangeduid.
Bij een optimale verbranding van deze brandstof ontstaan slechts warmte, kooldioxidegas en waterdamp.

C carbon koolstofH hydogen waterstofO oxigen zuurstofS sulphur zwavel

Als je dit in een scheikundige formule schrijft (komen jullie herinneringen aan die rare scheikunde leraar weer boven?), krijg je; Koolwaterstof + zuurstof geeft kooldioxide plus waterdamp plus warmte. Het koolwaterstof is de dieselolie. Of beter gezegd: Dieselolie bestaat uit koolwaterstoffen. In de formule gebruik ik een eenvoudige vorm van de dieselolie, een zogenaamd alkaan. Dit alkaan bestaat uit een keten van 10 koolstofatomen. Aan die koolstofatomen zitten de waterstofatomen. Deze stof heet dekaan en komt als belangrijk bestanddeel in de dieselolie voor. In symbolen wordt de formule; warmte

Koolwaterstof + zuurstof geeft kooldioxide plus waterdamp plus warmte. Er zit echter ook zwavel in de brandstof. Omdat dit proces bij een hoge temperatuur plaats vindt, reageert het zwavel ook makkelijk met de aanwezige andere stoffen. Zwavel reageert met zuurstof en waterstof (in het water) tot zwavelzuur.


Hierboven staat:

Deze zwaveldioxide bindt zich met twee deeltjes water tot H2SO4 (aq).

Een zelfde verhaal gaat op voor het ontstaan van die zogenaamde NOx-en (stikstofoxiden), die de motoren ook uitstoten.
Echter, om te voorkomen dat zuren als zwavelzuur motorschade aanrichten, moet de motortemperatuur zo hoog mogelijk zijn.
Conclusie:
Als er zwavel (S) in de brandstof zit, ontstaat er bij verbranding zwavelzuur (H2SO4 ).

onder de 60 oC is zwavelzuur vloeibaar. Als de motor onvoldoende opwarmt, zodat de uitlaatgassentemperatuur lager wordt dat 60 graden Celsius, condenseert het gasvormige zwavelzuur. De zure vloeistof blijft vervolgens achter in de uitlaat (opgelost in het water dat ook bij de verbranding vrijkomt).
De motor warmt onvoldoende op bij korte ritjes of even de motor laten lopen.


- Gebruik de Magirus-Deutz goed en natuurlijk met genoegen.
- Goed warm rijden.
- Goed op temperatuur brengen.
- En regelmatig de smeerolie verversen.

Een bijdrage van JP van Zijl.

Naar boven.